Collectie J. Baron


Anton Heyboer, Viktor IV, Jan Montyn, Theo Niermeijer, Wim de Haan, Hannes van Es, Jaap Mooy, Tjibbe Hooghiemstra, Huug Pleysier, Armando, Ruben Stallinga, Anneliese Wolf, Willem Alfrink, Krin Rinsema, e.a.

info@collectiebaron.nl
 

 

 

 

De veronachtzaamde rol van de kunstbeschouwer

Conceptueel kunstenaar Sol Lewitt: "De beschouwer voltooit in zekere zin het kunstwerk, maar dit hoeft niet een voltooiing te zijn zoals die de kunstenaar voor ogen stond. De kunstenaar hoeft niet z’n eigen kunst te begrijpen, zijn perceptie is niet beter of slechter dan die van anderen”. Er is geen overdracht van kennis en ervaring van de kunstenaar op de beschouwer. Als dit zo was, dan zou het kunstwerk niet meer zijn dan een instrument in een communicatieproces tussen maker en publiek. De rol van de kunstbeschouwer is als die van een lezer van een boek: het boek komt pas tot leven wanneer hij het leest en 'n betekenis interpreteert. Of zoals kunstenaar Liam Gillick eens zei dat zijn werk is "als het lampje in de koelkast: het werkt alleen als je de koelkastdeur opent".

 

 ***
 

Onbaatzuchtig kijken en de genade van de stilte

Schrijver Godfried Bomans in een interview: “Een schrijver in het bijzonder en een kunstenaar in het algemeen heeft in zijn/haar jeugd veel mee. Ten eerste is hij niet bekend. Hij wordt niet geobserveerd en er wordt niets van hem verwacht, hij kent de genade van de stilte; van het isolement, dat hij zich later weer moeizaam terug veroveren moet. En in die stilte kijkt hij ook anders dan wanneer hij later bekend is, hij kijkt namelijk: onbekommerd. Voor elke kunstenaar is de jeugd het grootste bezit wat hij heeft, omdat dat de enige periode is dat hij onbaatzuchtig gekeken heeft. 
Later ga je aan het werk en ga je onbewust -en daar is geen ontkomen aan- kijken naar de dingen met de gedachten: zit daar iets in, kan ik daar iets mee?  Dan is het al bedorven, dan kijk je al baatzuchtig, egoïstisch, en laat het voorwerp niet z'n kans. Terwijl een kind in de tuin van z'n vader loopt, ziet om zich heen de avondschemering, de bomen, de vogels. Het late licht van een dag die doodgaat, die hele melancholie van een zomeravond, of nog mooier, van een herfstavond. Het kind weet van niets, wil er ook niet over schrijven, en daardoor ontvangt ie de volle pracht van zo'n avond en staat daarin onbewust te bloeien. Terwijl wanneer je later, als volwassene, in zo'n avond loopt, loop je gespannen, Je moet dan los zien te komen. Dat is het grote probleem van het kunstenaarschap, dat je dat weer moet zien terug te winnen"

 

 

 

copyright@collectiebaron 2017